If you really want to hear about it, the first thing you’ll probably want to know is where I was born, and what my lousy childhood was like, and how my parents were occupied and all before they had me, and all that David Copperfield kind of crap, but I don’t feel like going into it, if you want to know the truth.
(J.D. Salinger, Catcher in the Rye)

 


Hieronder staat de saaie lange versie. Mocht je het willen lezen, prima, mocht je meer interesse hebben in de korte versie, klik dan hier.

 

Jeugd, 0-18
Veel schrijvers zijn al vanaf hun kindertijd bezig met schrijven. Ze hebben in de redactie van de schoolkrant gezeten, of experimenteerden al vroeg met het schrijven van verhaaltjes. En ze waren al van jongs af aan gek op lezen.

 

Helaas, zo een schrijver ben ik niet. Ik las de Donald Duck, vooral op de wc, dat was het zo’n beetje. Wel schreef ik brieven naar mijn beste vriendinnetje, en ik kreeg er nog veel meer terug. Zouden dat dan de eerste stapjes naar m’n schrijversschap zijn geweest?

 

Ik heb een geheugen als een zeef, ik kan er niets aan doen, ik herinner me nou eenmaal weinig van vroeger. Het is ook allemaal niet zo interessant, vind ik. Van mijn jeugd weet ik al helemaal weinig meer, dus in vogelvlucht:
– Ik schijn ooit geboren te zijn, en wel op 7 april 1972 in Zaandam. Ik was een huilbaby, zo is me verteld. De baby op de foto hierboven ben ik niet – ik was in zwartwit en dat staat niet mooi. Wie de baby wel is, weet ik niet.
– Kleuterschool, basisschool, en middelbare school: allemaal in Zaandam. Ik zat op ‘t Zaanlands Lyceum – daar wordt tegenwoorig de serie “Brugklas” opgenomen. Leuk!
– Zo, klaar. Oh ja, ik had en heb lieve ouders en een grote broer, die is soms ook best lief.

 

Beetje volwassen, 18-30
Op m’n 18e wist ik nog niet wat ik met m’n leven wilde doen, en de dienstplicht riep. In het leger heb ik gitaar leren spelen, m’n rijbewijs gehaald en heel snel leren typen en me verder kapot verveeld. Tijdens schietoefeningen heb ik nog nooit raakgeschoten: met mij ga je de oorlog niet snel winnen. Een paar jaar later werd de dienstplicht afgeschaft, fijn.

Daarna maakte ik mezelf wijs dat studeren toch wel een goed plan was. Ik verhuisde naar Amsterdam en ging psychologie studeren. Om alles te kunnen betalen nam ik een bijbaantje als receptionist. Veel studeren, beetje werken, dat was het plan. Maar plannen maken ligt mij niet zo. Dus dag studie, hallo werk. Ik klom op tot systeembeheerder en uiteindelijk begon ik mijn eigen bedrijf, als IT-consultant voor non-profitorganisaties.

 

Op school moest ik weliswaar boeken lezen voor de literatuurlijst, maar echte interesse in de inhoud had ik nooit.
Pas vanaf m’n 20e begon ik interesse te krijgen in literatuur, en hoe! Ik las boeken van Nederlandse schrijvers (van Giphart tot Leon de Winter tot Grunberg en alles daartussen), van Reve tot Hermans tot Mulisch en alles daartussen), van de Russen (oh, Dostojevski!), en van de rest van de wereld (van Amos Oz tot Albert Camus, van Jean-Paul Sartre tot Ernest Hemingway en alles daartussen).
Honderdduizenden pagina’s heb ik verslonden: het overweldigende gevoel van innerlijke verrijking door het lezen van goede literatuur was met niets te vergelijken. Pas toen ik voor de eerste keer ongelooflijk verliefd werd besefte ik dat het echte leven soms nog veel leuker was.

 

Tijdens mijn studie psychologie moest ik essays schrijven:  ik kreeg vaak een 10 voor “originaliteit” en een magere 6 voor de wetenschappelijke onderbouwing. Schrijven werd steeds leuker.
M’n eerste fictieverhaal schreef ik toen ik ontdekte dat er verhalenwedstrijden waren. Ik weet niet eens meer of ik ze toevallig tegenkwam, of dat ik ernaar op zoek was. Ik ging er eens goed voor zitten en een paar dagen later was m’n verhaal voltooid.

 

De verrassing was groot toen ik de Apollo Prozaprijs (beste korte verhaal) won. Ook won ik nog wat andere prijzen en ik begon af en toe verhalen en columns te schrijven voor literaire tijdschriften en andere media. Ook las ik voor uit eigen werk op het Crossing Border Festival in Nederland en België. Was schrijven echt zo makkelijk? Daar stond ik dan in Paradiso voor 1000 man, of in Brussel met David Byrne van The Talking Heads op het podium. Absurd.

 

 

In 2002 debuteerde ik met mijn roman “Lucifer”, bij Uitgeverij Vassallucci. Het boek schreef ik in drie weken, en ik had de uitgevers voor het uitkiezen, hoe vreemd was dat! Stiekem had ik het boek geschreven als parodie, om aan mezelf en de wereld te laten zien dat het kon.
Het boek kreeg tot mijn verbazing goede recensies, en ik was van plan om meer boeken te schrijven en het vak serieus te nemen. Ik liet zelfs mijn bedrijf failliet gaan, maar het einde van m’n literaire carrière was meteen in aantocht: het echte leven kondigde zich aan.

 

Een beetje meer volwassen, 30-heden
De geboorte van mijn debuutroman viel samen met de belangrijkste gebeurtenis uit mijn leven, en dat was een stuk belangrijker dan mijn literaire carrière: de geboorte van mijn dochter!
Ja, het is waar: het “krijgen” van een kind kan je leven in één keer volledig veranderen! Alle cliché’s zijn waar: zodra je voor het eerst je kindje vasthoudt, voel je een onvoorwaardelijke liefde die nooit meer overgaat. Mijn dochter is nog steeds het belangrijkste in mijn leven. Alles moet daarvoor wijken.

 

Sinds de geboorte van mijn dochter heb ik geen literaire letter meer geschreven, tot nu dus. Ik heb geprobeerd brood op de plank te krijgen, wat vaak genoeg is gelukt. Ik ben werkzaam geweest als manager van een topsporter, pubquizmaster, webdesigner, tekstschrijver van commerciële teksten, eindredacteur van een magazine, en manager en eigenaar van verschillende bedrijven (slagerij, restaurant, gokbedrijf, enz.). Geef mij een beroep, en ik maak er wel iets van.

 

Heden & Toekomst
Door m’n dochter ben ik gestopt met schrijven, en door m’n dochter ben ik weer begonnen. “Waarom schrijf je niet een jeugdboek?” vroeg ze eind 2017, nadat ik haar had geholpen met een boekverslag.

Daar ben ik serieus over gaan nadenken, en langzaam kwam de passie en vanzelfsprekendheid van het schrijven van fictie terug. Toen ik een keer een weekje vrij was, besloot ik een poging te wagen en m’n vingers vlogen over het toetsenbord, met als resultaat de eerste hoofdstukken van een literaire jeugdroman. Omdat ik niet wist of ze kwalitatief goed genoeg waren, besloot ik ze naar een aantal uitgevers te sturen. Toen Uitgeverij Holland al snel positief reageerde, besloot ik de roman af te maken. Andere uitgevers meldden zich later ook, maar ik had mijn keuze al gemaakt na een zeer prettige kennismaking en samenwerking met Uitgeverij Holland.

 

 

Het resultaat is er nu: Bijna vergeten.

 

 

Hoe de toekomst eruit ziet? Ik hoop in de zomer te beginnen met het schrijven van m’n tweede jeugdroman, ik ben inmiddels bezig met vooronderzoek. Maar het kan raar lopen. Misschien is het al klaar als je dit leest, of gaat het juist langer duren. De passie is weer terug, dat is het belangrijkste.

Ondertussen hoop ik veel scholen en andere locaties te bezoeken om over mijn boek, en over het schrijven van een boek te vertellen. Ik denk dat ik kinderen en grote mensen kan inspireren om te lezen, en misschien wel om te gaan schrijven. Want het lezen van goede boeken: het verrijkt je leven!

 

En of ik ooit volwassen word? Ik hoop het niet!


Al die mensen
Al die mensen die zeggen:
Je moet ophouden met die onzin, eindelijk ouder worden.
Zie je die gezichten.
Dat zijn nou de gezichten van mensen die ouder zijn geworden.
Opgehouden met die onzin.
(A. Grunberg, Brief aan M. Schoonheid en bier)